In Memoriam: Adrian Stahlecker (1937 – 2026)
De schilder en schrijver van schoonheid en tragiek
Met het heengaan van Adrian Stahlecker verliest de Nederlandse kunstwereld een markante cultuurdrager. De Haagse schilder, auteur en voormalig restaurateur overleed op 88-jarige leeftijd, na een leven dat net zo kleurrijk en contrastrijk was als het palet dat hij gebruikte. Adrian had niets met grauwe alledaagsheid; hij zocht de glans van de sterren en vond die in de vrouwen die hij portretteerde en beschreef. Marlène Dietrich stond hierin centraal en voor Adrian was zij de ultieme personificatie van stijl en onafhankelijkheid. Ze was androgyn en droeg rokkostuums en broeken en had affaires met zowel mannen als vrouwen. Ook toonde ze ruggengraat door niet samen te werken met de nazi’s. Stahlecker identificeerde zich met de eenzaamheid die met het sterrendom gepaard gaat en zijn favoriete lied was dan ook Ich Weiss nicht zu wem ich gehöre, dat ook bij Mathilde Willinks begrafenis werd gespeeld.
Nadat hij lessen van Hessel de Boer aan de Vrije Academie had gevolgd, maakte hij in 1961 zijn debuut als schilder en exposeerde zijn werk door de jaren heen in Madrid, Barcelona, Amsterdam, Antwerpen, Düsseldorf, Parijs, Londen, Berlijn en Curaçao. Van 1962 tot 1973 woonde hij in Spanje waar hij exposeerde onder auspiciën van de Nederlandse ambassadeur en prinses Irene, die in 1964 met haar toenmalige man Carel Hugo van Bourbon-Parma zijn tentoonstelling in Madrid opende en in 1977 voor hem poseerde. Teruggekeerd in Nederland opende hij in 1973 in de Javastraat de bistro Nostalgia met een galerie op de eerste verdieping. Hier vloeiden zijn toen nog twee grote talenten – de gastronomie en de schilderkunst – naadloos in elkaar over. Het werd een ontmoetingsplek voor artiesten, schrijvers en de society, die hij portretteerde zoals Mary Dresselhuys, Jan Blaaser, Ine Veen, Willy Alberti, Johnny Jordaan en Tante Leen en Yvonne Keuls.
Ook Mathilde Willink bezocht zijn galerie. Waar de wereld haar als een extravagante curiositeit beschouwde, zag Adrian in haar een ‘levend kunstwerk’ dat net als Dietrich een masker droeg om de wereld op afstand te houden. Hun korte maar hevige relatie werd breed uitgemeten in de boulevardbladen. Het was Adrian die door de kledingstukken van Fong Leng, de pruiken en de lagen schmink heen keek en een kwetsbare vrouw zag. In zijn latere boeken bleef hij haar verdedigen en weigerde mee te gaan in de sensatiezucht van een zogenaamde moord. Volgens hem had ze in wanhoop zelf een einde aan haar leven gemaakt.
Als autodidact begon Adrian in het jaar 2000 te schrijven en is dit tot op het laatste moment blijven doen, gedreven door een onstuitbare drang om de verhalen van de twintigste eeuw levend te houden. Zijn hele leven was hij op zoek naar boeken over filmsterren en hun geschiedenis en schreef maar liefst 26 boeken over Romy Schneider, Coco Chanel en Klaus Mann en de glamour van weleer. Een aantal dagen voor zijn einde, kreeg hij zijn laatste boek over Alain Delon in handen.

Vaak werd Adrian Stahlecker verkeerd beoordeeld. Op 11 april jl., de dag waarop Sonja Barend overleed, werd tijdens Eva Jinek’s uitzending het fragment getoond uit Sonja’s VARA-programma Sonja op Maandag van 16 mei 1983, waarbij Adrian was gevraagd om de voorzitster van de Oranjevereniging te vervangen. Hiervoor had hij een kok moeten inschakelen die hem in zijn restaurant zou vervangen. Tijdens de show stond een look-a-like van de toenmalige Prins Willem Alexander op die beweerde af te zien van zijn uitkering die hij als achttienjarige zou ontvangen. Adrian pakte de microfoon en probeerde iets in te brengen en Sonja trok de microfoon uit zijn handen. Hier stopte het fragment in Jineks uitzending. Maar het werkelijke incident ging verder, want Sonja gooide een wijnkaraf over Stahlecker heen toen hij na de opname verhaal bij haar ging halen. Dit haalde destijds de kranten en wordt als een van de meest spraakmakende televisiemomenten beschouwd.
Een ander voorbeeld is dat in het boek 1001 vrouwen uit de Nederlandse Geschiedenis van historica Els Kloek over Mathilde Willink vermeld stond dat ze een relatie had met de homoseksuele kunstschilder Adrian Stahlecker vanwege publicitaire redenen. Dit is volkomen uit de lucht gegrepen. In de eerste plaats was Adrian Stahlecker al vanaf 1962 een bekende in de kunstwereld en als dit niet het geval was geweest zou Mathilde nooit met hem hebben willen trouwen. Had zij niet de Romeinse wijsgeer Tacitus geciteerd die opmerkte: Wie geen talent heeft, doet het beste in de schaduw van een groot man te leven? En waarom kan een homoseksueel geen relatie met een vrouw kan hebben? Is dit zo ondenkbaar dat dit om publicitaire redenen moet zijn? In de tweede druk is dit weggehaald, maar de toegezegde rectificatie bleef uit.
In de regie die Stahlecker ook in zijn kunst altijd voerde, koos hij ook zijn einde, in zijn Scheveningse huis met zijn eigen spullen, omdat hij wars van verpleeghuizen was. Zijn verhalen en portretten blijven achter als getuigen van een tijdperk waarin glamour er nog toe deed.
-Désirée Stahlecker